Coach & Consultant

Ons grote gelijk

We zijn in een vreemde situatie gesukkeld, waarbij ‘reverence of power’ de basis vormt van ons economisch- en werkdenken.  Stress, frustraties en ongenoegen vinden een vruchtbare bodem in de clash of ideas (zo vaak geroemd om zijn innovatieve kracht) en de hierarchische (formeel of informeel) structuur die onze bedrijven aanstuurt.

Spreek eens met mensen die un tegen komt en vraag hen hoe ze zich voelen op hun werk, binnen hun job.  U zal al snel merken dat mensen zich meestal meer of minder onbehaaglijk voelen.  Een deeloorzaak hiervan kan u vinden in het feit dat beslissingen die genomen worden onlogisch lijken.

Luister eens naar de gesprekken op de werkvloer wanneer een nieuwe beslissing wordt doorgevoerd.  Iedereen heeft er zijn  of haar eigen idee over en velen kunnen voorspellen waar het mis zal lopen.  Ongeacht of al deze opmerkingen en bedenkingen terecht of tenonrechte zijn, is het een vast gegeven, een feit, dat het gevoel bestaat dat de logica volledig zoek is.

Omgekeerd kunnen de mensen die de beslissing genomen hebben u uitleggen waarom en beweren ze een volstrekt logische beslissing genomen te hebben.  En met de zelfde zekerheid kunnen anderen u – even logisch – aantonen waarom het niet zal werken.  Het bewijs van de pudding, dat zal zich dan in het eten ervan moeten manifesteren.

En bij dit alles vergeten we dat er meer dan tweeduizend jaar geleden een wetenschap ontwikkeld werd, die erop gericht is de juistheid van redeneringen te onderzoeken.  Een wetenschap die een van de belangrijkste pilaren van onze moderne wetenschap is.  Aristoteles is de man die eraan begon, en we noemen het Logica.  Een belangrijk instrument om juiste redeneringen op te bouwen en fouten te voorkomen.

En neen, dit is geen argumentum ad antiquitatem (Latijn voor “beroep op ouderdom”) waarbij ik logica als instrument wil aanprijzen omdat het al zolang bestaat.  Het is veeleer een pleidooi om ons denken uit te zuiveren, het heilige ‘eigen gedacht’ en de allesoverheersende ‘ervaring’ die we aandragen even los te laten en ons denken te zuiveren van drogredenen.

Dat vergt moed, we zijn immers allen zeker dat ons eigen denken juist en correct is.  De dagelijkse realiteit geeft echter andere zaken aan.  We verdedigen onze ideeën niet langer met tegensprekelijke argumenten, maar vanuit een autoriteit, een gevoel, een idee, voorbeelden, ervaringen en andere zaken die in realiteit geen bewijswaarde hebben.  Logica, syllogistiek, gaat net over welke zaken correct en valide zijn, los van ons persoonlijk gevoel.

En om me zelf dan even te beroepen op mijn ‘ervaring’, ik merk dat wanneer de regels van logica juist gehanteerd worden en wanneer stellingen vanuit juiste argumenten worden aangedragen, de tegenwerking, frustratie, stress en bedenkingen achteraf sterk verminderen.  Dus misschien is het even uw tijd waard om eens in het begrip logica te duiken.

Logica, wat is dat?

Tot in de negentiende eeuw was de Aristotelische logica, waar de syllogistiek de technische inhoud van vormt, het enige gehanteerde systeem om de juistheid van een redenering te onderzoeken. Sindsdien heeft Boole de propositielogica en later (1879) Frege de predicatenlogica ontwikkeld.  Maar syllogistiek is de eerste vorm van ‘harde’ wetenschap.  Komende uit de filosofische traditie, is het een beetje weggedrukt door de wetenschappelijke – mathematisch georienteerde –  evolutie van de laatste paar honderd jaar.

De ‘Analytica Priora’ is een van de basis werken die het westerse denken doorheen de eeuwen vorm heeft gegeven.  Meer nog, zonder het ‘logische denken’ zou de wetenschap meer dan waarschijnlijk nooit op deze manier ontstaan zijn.  Syllogistiek is de wetenschap die waarheid van fout denken onderscheidt. Het is de wetenschap van de bewijsvoering, de wetenschap die ons verteld wanneer een redenering correct of fout is, zonder een inhoudelijk oordeel te vellen.  Een soort wiskunde van het redeneren.

Wat is waar?

De verlichting, de romantiek en later de opkomst van psychologie en nog later de neurologie, hebben onze focus van wat correct denken is verlegd naar hoe we denken.  Dit mondde uit in een zoektocht naar het begrijpen van hoe we denken en waarom we bepaalde zaken als geloofwaardig zien of niet.

Vakgebieden als marketing, verkoop, communicatie, leiderschap, debating en vele anderen richten zich niet langer op de wetten van de logica, maar op de wetten van de overtuigingskracht.  Onderzoekers zoals Cialdini bieden ons inzichten in hoe we mensen van bepaalde zaken kunnen overtuigen, los van hoe conclusies tot stand komen.  Je zou het bijna een soort anti logica kunnen noemen.

Deze kennis blijkt in vele omstandigheden nuttiger en lonender dan ‘juist’ denken.  Het brengt geld in het laatje en zorgt voor persoonlijk gewin, de basis drijfveer achter ons economisch denken.  We stellen immers steeds de vraag ‘wat kan een idee ONS opleveren’ en niet de vraag ‘worden we hier ALLEMAAL beter van’ wanneer we iets opzetten. Egocentreconomie noem ik het vaak, stel u eens voor hoe anders de wereld zou zijn indien we dat konden loslaten.

Maar dat is een ander debat. Het schrijnende aan deze omslag in denken, van juist redeneren naar redeneren op een manier die ons iets kan opleveren, is dat het ons meer leed dan profijt brengt.  Meer kosten dan opbrengsten.  Meer nog, we zijn er vaker slachtoffer van dan we willen beseffen.  We weten niet langer wat waar is.

Emotioneel en intuïtief aanvoelen regeren en logica (correcte bewijsvoering) is vaker de uitzondering dan de regel.  De kunde die ons tot immense wetenschappelijke doorbraken bracht, is verworden tot een begrip dat we te pas en te onpas gebruiken om onze eigen stellingen te verdedigen zonder dat er enig raakvlak is tussen die stellingen en logica.  Het is een ‘argumentum ad baculum[i]’ geworden, en cynisch gegeven aangezien logica dit nooit als logisch zou accepteren.

Back to business

Natuurlijk bent ook u de overtuiging toegedaan dat u logisch bezig bent.  U bouwt zoals ieder van ons uw ideeën en oplossingen op, op basis van een denkpatroon dat voor u perfect valide is.  Vervolgens gaat u de confrontatie met anderen aan wanneer u dat idee voorstelt of in praktijk brengt.

En dan start het gevecht.  U zal uw gelijk moeten bewijzen.  Anderen zullen u – met in hun ogen even logische argumenten – tegenspreken en uw ongelijk proberen te bewijzen.  Er is woord en tegenwoord, recht op eigen mening en openheid voor debat.  Allemaal belangrijke zaken waar ik een absoluut voorstander van ben.  Twee weten immers meer dan een.  Maar desondanks is het meestal een gevecht, een wedstrijd.  Een zulk een gevecht kan niemand winnen.  Zelfs wie gelijk krijgt verliest.

Het is niet iets dat we iemand kunnen kwalijk nemen.  We worden immers niet in logica getraind in al die business scholen en opleidingen.  We worden getraind in onlogische systemen, in opvattingen gebaseerd op mank lopende observaties en we overgieten het met een sausje statistiek en ratio’s om er enige wetenschappelijke geloofwaardigheid aan te geven.

Neem als voorbeeld even uw favoriete boek van de goeroe van uw voorkeur even ter hand.  Ga eens op zoek naar de bewijsvoering van de stellingen die aangedragen worden (van Peters oer Collins, van Drucker tot Covey, kies maar naar eigen inzicht). Meer nog, eens een goeroe een uitspraak gedaan heeft gebruiken we deze als argument om de waarheid aan te tonen, en dat is een argumentum ad verecundiam[ii]

Wanneer u het leest, zal het u opvallen dat alles perfect logisch lijkt.  Het lijkt een super doordacht systeem aan te dragen dat u kan helpen uw eigen uitdagingen succesvol aan te gaan. Wanneer u het probeert toe te passen, zal u net zoals zo velen voor u al snel merken dat het niet zo eenvoudig is en zelden tot echte resultaten zal leiden.

Jawel, voor uzelf zal u natuurlijk wel denken dat u succes heeft gehad (zo werkt ons onlogisch brein nu eenmaal), maar wanneer u iemand anders de impact in de breedte laat meten, zal het resultaat zelden positief zijn.  Hoe komt dat?  Heel eenvoudig, omdat de logische samenhang van al die boeken en systemen volstrekt afwezig is.

Kijk eens naar de aangedragen stellingen.  Ze zijn meestal gebaseerd op voorbeelden die als bewijs aangevoerd worden.  Maar een voorbeeld is geen bewijs.  Een voorbeeld is een aan omstandigheden en perceptie gebonden gegeven.  Stel u voor dat u een wetenschapper bent die wil onderzoeken of er vissen in de zee leven.  U stapt naar het strand, neemt een emmertje water en gaat dat onderzoeken.  Op basis van dat staal komt u tot de conclusie dat er geen vissen in zee leven.  Logisch toch?  U heeft het immers onderzocht en kunnen aantonen?

En, het meest overtuigende van al, niemand kan het tegendeel van de stellingen van die goeroes bewijzen, dus zullen ze wel gelijk hebben.  Een denkwijze die vaker in de managementwereld gebruikt wordt, waarbij de manager iets stelt en de anderen uitdaagt zijn ongelijk te bewijzen.  Lukt dat niet, dan denken we dat we ons gelijk bewezen hebben.  En dat noemen we een argumentum ad ignorantiam[iii].

Genoeg Latijn

OK, ik stop met u te bombarderen met Latijnse termen (al zou ik nog wel even door kunnen gaan).  Bijna niemand kent deze termen nog, bijna niemand heeft enige training in logica gehad.  En dat is jammer, bijzonder jammer.  Daardoor zien we zelden de duidelijke denkfouten die we dagelijks maken en die bedrijven en mensen de vernietiging injagen.

Van het politieke discours tot de dagelijkse werkwereld waar we in leven tot de discussies aan ‘den toog’, overal struikelen we over een gebrek aan logica.  En wanneer een perfect logische redenering ons op de neus tikt, herkennen we ze niet meer.  We lopen vast in onze eigen opvattingen en verliezen ons in uitzichtloze debatten zonder de basis premissen van onze stellingen in vraag te stellen.

Het makkelijkste voorbeeld zou ik kunnen halen uit een of andere uitspraak van Trump.  Hij spuwt dagelijks onzin uit zonder enige grond in de realiteit.  Wanneer hij ongelijk krijgt roept hij ‘fake news’ of valt hij de persoon aan (argumentum ad hominem[iv], sorry, ik kan het niet laten), een doorzichtige aanpak die we wel herkennen maar die toch voor miljoenen mensen perfect logisch lijkt te zijn.

Natuurlijk doen wij dat nooit.  Zelfs niet wanneer in een managementmeeting een idee besproken wordt (of een opmerking, een bezwaar of ander signaal) van een medewerker.  We zeggen immers nooit ‘het komt van X, dus we moeten het wel in zijn context plaatsen’.  Nietwaar?  Of wel?  Het is identiek dezelfde manier van denken.  We koppelen de opmerking aan een persoon en maken dan een proces van de persoon in plaats van de opmerking (bezwaar of signaal) op zichzelf te onderzoeken.

Uw logica

Uw logica is – voor uzelf – perfect.  En het probleem is dat u op deze manier over logica denkt.  Logica is niet van u (uw logica is een onbestaand iets, logica is een algemeen gegeven, dat losstaat van uw denken).  En juist daarom verwarren we logica met opvattingen en meningen.  Logica, het belangrijkste vak dat ik ooit moest studeren, zou een must moeten zijn voor elke opleiding overal.  Het leert u redeneringen te doorprikken en terug op te bouwen vanuit een juiste bewijsvoering.

Zo zal u leren dat opmerkingen als ‘Komaan, iedereen weet toch dat’ een argumentum ad populum[v] is.  U zal leren dat al die succesgoeroes die u aanzetten de voorbeelden van succesvolle mensen te volgen zich eigenlijk bezondigen aan een argument ad crumenam[vi].  U zou kunnen leren hoe subjectieve abstracties[vii] (neem het hoeft niet allemaal Latijn te zijn) uw leven vergallen.

En u zou komaf kunnen maken met de grootste denkfout die aan zowat alle economische (en andere) gedachtegangen ten grondslag ligt, ons lineair causaal denken.  De voornaamste bron van fouten en ellende in gans ons management denken.  En daar kom ik heel graag in een volgend artikel (zonder Latijnse namen) op terug.


Voetnoten

[i] Het argumentum ad baculum (Latijn voor ‘argument van de stok’) is een drogreden waarbij de tegenpartij onder druk wordt gezet door zinspeling op de negatieve gevolgen als de spreker zijn zin niet krijgt. Een formelere formulering hiervan is: Als x P niet accepteert, dan Q of omgekeerd waarbij wordt aangegeven dat omwille van een bepaalde oorzaak die niet verbonden is aan het gevolg de spreker gelijk heeft (bijvoorbeeld een politicus die ooit vertelde, ik heb 300.000 voorkeurstemmen meneer, dus ik heb gelijk) wat weerom wijst op mogelijke negatieve gevolgen voor de ander.

[ii] Het beroep op autoriteit of argumentum ad verecundiam (Latijn voor ‘argument uit respect’) is een wijze van redeneren waarbij een bewering berust op de autoriteit of de geloofwaardigheid van degene die de bewering doet. Wanneer de argumentatie foutief gebruikt wordt, is het een drogreden.

[iii] Argumentum ad ignorantiam  (Latijn voor ‘het argument van de onwetendheid’) is een drogreden, waarvan voetstoots wordt aangenomen dat een stelling waar is, omdat niet is bewezen dat zij onwaar is. Of omgekeerd: er wordt aangenomen dat een stelling onwaar is, omdat niet is bewezen dat zij waar is.

[iv] Argumentum ad hominem (Latijn voor ‘Argument op de man’) is een logische drogreden die de positie van de opponent in diskrediet brengt. Het is een tegenwerping die betrekking heeft op de persoon die een bewering doet, niet op de bewering zelf.

[v] Argumentum ad populum, ook genaamd consensus gentium (Latijn voor ‘populistische drogreden’) is een redenering waarbij een beroep wordt gedaan op de mening van de meerderheid (of veel mensen, populariteit) om te bewijzen dat een stelling waar is. De ad populum kan ook wel gezien worden als een vorm van het beroep op autoriteit en is dan een drogreden.

[vi] Een argumentum ad crumenam of beroep op rijkdom, (latijn voor ‘argument van de beurs’), is een drogreden waarbij men aanneemt dat een conclusie juist is omdat de spreker rijk is (of dat een conclusie onjuist is omdat de spreker arm is). Deze drogreden is ook een subcategorie van het beroep op autoriteit, omdat een hoge sociaaleconomische status de spreker autoriteit zou verlenen. De naam komt van crumena, het Latijnse woord voor portefeuille.

[vii] Subjectieve abstracties een redenering waarbij een deel genomen wordt als aanleiding voor het geheel (vb, het hele feestje is verpest omdat de koekjes aangebrand waren).  En dat leidt tot het soort redeneringen van mijn kat heeft vier poten, mijn hond heeft vier poten dus mijn hond is een kat.  Iets wat we vaker horen dan u zou denken.

Nog geen commentaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Enkele referenties